DE VALSE VERGELIJKING TUSSEN Q-LINK EN U-LINK

Als argument voor het door U-OV voorspelde succes van U-link wordt het HOV-systeem in Groningen, Q-link, aangehaald. Dit is echter een volledig scheve vergelijking.

In de eerste plaats is Utrecht zo'n twee keer zo groot als Groningen, terwijl het voorgestelde U-link netwerk ongeveer even groot is als Q-link. Het gevolg is dat waar Q-link grote delen van Groningen bedient, wat voor U-link niet echt geldt: het grootste deel van de stad (Overvecht, Zuilen, Ondiep, Kanaleneiland, Hoograven en Lunetten) wordt door U-link niet bediend.

Ook is het Q-link netwerk in Groningen een vrij coherent netwerk: de lijnnummers zijn 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 15 en liggen dus vrij netjes bij elkaar, dat is in Utrecht met de nummers 28, 34, 41/241, 50, 73 en 77 niet bepaald het geval. Bovendien zijn de lijnen in Groningen logisch gegroepeerd: lijn 1 en 2 die voor een flink deel samen rijden zijn licht en donkergroen, hetzelfde wordt toegepast op lijn 3/4 en 5/6. Hoewel in Utrecht lijn 28 en 73 ook een belangrijk deel samen rijden, deels ook nog met lijn 77, is deze samenhang nergens terug te zien, en stoppen beide lijnen op een ander busstation op Utrecht CS. 

In Groningen is het kleurensysteem ook een stuk logischer toe te passen: alle lijnen rijden naar een plaats of wijk waar die lijn ook echt die hele wijk bedient. Bijvoorbeeld: waar in Roden je ook moet zijn, je weet dat je lijn 4, oftewel donkerblauw moet nemen. Hetzelfde geldt in Lewenborg voor de lichtblauwe lijn 3, in Appingedam voor de roze lijn 6, etc.. Bij U-link is dit echter niet het geval: in Zeist moet kan het zijn dat je met de roze lijn 73 moet, maar voor hetzelfde geld kom je daarmee niet eens in de buurt van je bestemming en moet je met de blauwe lijn 50 (die soms niet blauw is maar rood-wit) of met de gewone buslijn 74. Hetzelfde is in Leidsche Rijn het geval met lijn 4 en 28 en in Nieuwegein met lijn 65, 74 en 77. Alleen in Bilthoven, Maarssenbroek en Wijk bij Duurstede werkt het kleurensysteem zoals het in Groningen overal werkt.

Ook wordt door U-OV de reizigersgroei in Groningen volledig toegeschreven op een bont gekleurd netwerk waarbij bussen vaker gingen rijden en er meer reizigers kwamen. Daarbij wordt even vergeten dat in de busroutes ook flink geïnvesteerd werd (Groningen had extra OV-geld gekregen van het rijk omdat de Zuiderzeelijn niet doorging): zo kwamen er flink meer busbanen waardoor reizen echt flink sneller werken en werd aan drie kanten van de stad geïnvesteerd in extra P+R locaties op strategische plekken, waartoe bij de U-linklijnen veel minder mogelijkheid is.

Tot slot wordt ook de schaduwzijde van Q-link in Groningen weggelaten: de bus verdween hier uit de Oranjewijk en een groot deel van de Oosterparkbuurt, in Vinkhuizen werd in de spits het aantal bussen gehalveerd, van iedere 7,5 minuut naar ieder kwartier en in De Wijert-Zuid komt de hele week door nog maar ieder halfuur of ieder uur een bus in plaats van ieder kwartier. De wijk Ulgersmaborg had al geen bus en heeft er nog steeds geen.